Naar inhoud

ruimtelijke plannen

De gemeenten spelen een belangrijke rol bij het bepalen van het ruimtelijk beleid. Om dat ruimtelijk beleid vorm te geven staan haar verschillende instrumenten ter beschikking:
1. het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan;
2. bijzondere plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3. stedenbouwkundige verordeningen;
4. instrumenten in het kader van het grond- en pandenbeleid.


In het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan geeft de gemeente haar visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het grondgebied, weliswaar binnen de krijtlijnen die Vlaanderen en de provincies hebben bepaald in respectievelijk het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en de provinciale ruimtelijke structuurplannen.

Een ruimtelijk structuurplan bestaat altijd uit drie onderdelen. Het informatief gedeelte geeft de bestaande ruimtelijke structuur weer. Het richtinggevend gedeelte duidt de gewenste ruimtelijke structuur aan. Tot slot geeft het bindend gedeelte een overzicht van de 'acties' die de gemeente wenst uit te voeren ter realisatie van de visie die verwoord is in het ruimtelijk structuurplan. De gemeente en de instellingen die eronder ressorteren zijn verplicht de bepalingen van bindend gedeelte uit te voeren. Voor de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan kan een gemeente een subsidie krijgen. Een overzicht van welke gemeenten een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan hebben is terug te vinden op het Internet.

In tegenstelling tot een ruimtelijk structuurplan is een bijzonder plan van aanleg (BPA) of ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) wél juridisch bindend voor de burger. Een gemeente kan beslissen voor de opmaak voor een BPA of RUP voor een deel van de gemeente, als zij meent dat de bestemming die het Gewestplan geeft achterhaald is. Een BPA wordt opgemaakt totdat een gemeente beschikt over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan. Vanaf dat moment maakt een gemeente voortaan RUP's op. Zij hebben het voordeel boven BPA's dat zij meer mogelijkheden bieden om op actuele noden en behoeften in te spelen. Behalve de gemeente kunnen ook de provincie en het gewest RUP's opstellen. RUP's vervangen de bestemming van het Gewestplan. Voor de opmaak van een BPA kan een gemeente géén subsidie krijgen. Voor de opmaak van een gemeentelijk RUP kan een gemeente een subsidie krijgen.

Een gemeente kan ook een stedenbouwkundige verordening opstellen. In tegenstelling tot een BPA of gemeentelijk RUP bestaat zo'n verordening alleen uit een tekstgedeelte en niet uit een kaart. Meestal is het van toepassing op hele grondgebied van een gemeente, maar dat hoeft niet altijd.

Tot slot kan de gemeente het ruimtelijk beleid mee vorm geven door het inzetten van een aantal instrumenten in het kader van het grond- en pandenbeleid. Het gaat dan onder meer om rooilijnplannen, ruil- en herverkaveling, recht van voorkoop, onteigening, erfpacht en de realisatie van strategische projecten. Voor de aanstelling van een coördinator kan een gemeente een subsidie krijgen.

Praktisch

omgeving - stedenbouw

Gemeentehuis
Kruisstraat 2
3390 Tielt-Winge



tel. 016 63 95 54
e-mail e-mail

Openingstijden

Elke werkdag van 9 tot 12 uur.
Dinsdag ook van 14 tot 19 uur.
Woensdag ook van 14 tot 17 uur.

Collectieve sluitingsdagen

Meer info